Opent in een nieuw tabblad

Wat zeggen de cijfers over LHBTI+ personen in Nederland en Zeeland?

Landelijke en Zeeuwse cijfers over LHBTI+ personen op een rij, met bron en jaartal, voor professionals die de doelgroep beter willen begrijpen.

16 september 2026
Gecontroleerd op 1 oktober 2026

In de kennisbank

Twijfel je of MWRZ bij je past? Je hoeft je vraag niet scherp te hebben.

Meld je aan ›

Landelijk onderzoek laat zien dat de acceptatie van LHBTI+ personen hoog is, maar sterk verschilt per groep en dat mentale gezondheid en ervaren veiligheid achterblijven bij die van niet-LHBTI+ personen. Voor Zeeland is er één regionaal onderzoek, uit 2019. Hieronder staan de belangrijkste cijfers op een rij, met bron, jaartal en de beperkingen erbij.

Hoe groot is de acceptatie in Nederland?

De acceptatie verschilt sterk per groep. Volgens de handreiking van Movisie uit 2025 is er begrip en acceptatie van lesbische en homoseksuele personen bij 86 procent van de bevolking, van bi+ personen bij 66 procent en van non-binaire personen bij 53 procent. Die laatste groep blijft dus duidelijk achter.

Deze handreiking bundelt recent onderzoek, waaronder de Lhbtiqa+ monitor 2024 en de Veiligheidsmonitor 2023 van het CBS. Een algemeen percentage over acceptatie zegt daarmee weinig: het beeld hangt af van welke groep je bekijkt.

Wat zeggen de cijfers over mentale gezondheid?

LHBTI+ personen krijgen vaker te maken met depressie, burn-out of suïcidale gedachten dan niet-LHBTI+ personen. Ook hier zijn de verschillen tussen groepen groot. Het percentage met suïcidale gedachten is het hoogst onder trans- en non-binaire personen, namelijk 75 procent. Onder lesbische, homoseksuele en biseksuele jongeren heeft 48 procent psychische problemen, tegenover 18 procent van de heteroseksuele jongeren. Transgender jongeren worden veel vaker gepest dan hun cisgender leeftijdsgenoten.

Movisie noemt als mogelijke verklaringen het uitblijven van acceptatie, negatieve reacties, verminderde weerbaarheid en minderheidsstress. Dat laatste begrip is voor de begeleidingspraktijk het meest bruikbaar, omdat het verklaart waarom klachten aanhouden ook als de directe omgeving inmiddels accepterend is. Zie Wat is minderheidsstress?.

MWRZ begeleidt uitsluitend volwassenen vanaf 18 jaar. De cijfers over jongeren zijn hier toch relevant, omdat veel volwassen cliënten deze periode achter zich hebben en de gevolgen ervan meenemen.

Hoe zit het met veiligheid en discriminatie?

De meeste groepen LHBTI+ personen voelen zich vaker onveilig, worden vaker slachtoffer van een geweldsdelict en ervaren meer discriminatie dan niet-LHBTI+ personen. Transgender, non-binaire en intersekse personen krijgen relatief vaak te maken met fysiek geweld. Bi+ vrouwen worden relatief vaak slachtoffer van seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Wat weten we over Zeeland?

Het Anti Discriminatie Bureau Zeeland, nu Discriminatie.nl Zeeland, deed in 2019 als eerste onderzoek naar het welbevinden van de Zeeuwse LHBTI+ gemeenschap. De enquête liep van februari tot april 2019 en werd ingevuld door 198 respondenten uit alle dertien Zeeuwse gemeenten. De belangrijkste uitkomsten:

  • 85,9 procent voelde zich over het algemeen veilig in het eigen dorp of de eigen stad.
  • 73,7 procent kon daar open zijn over de eigen genderidentiteit of geaardheid.
  • 68,2 procent had op straat wel eens een negatieve reactie gekregen.
  • Van de respondenten met werk of opleiding had 33,5 procent daar een negatieve reactie meegemaakt.
  • 58,1 procent was open naar de huisarts, 32,3 procent niet.
  • 51,5 procent gaf aan dat genderidentiteit of geaardheid wel eens negatieve invloed had gehad op de fysieke of mentale gezondheid.

Binnen die laatste groep van 102 mensen noemde 84,3 procent onzekerheid, 58,8 procent somberheid, 57,8 procent angst, 57,8 procent depressie en 31,4 procent suïcidale gedachten. Dat laatste cijfer is de reden dat MWRZ standaard aandacht besteedt aan draagkracht en veiligheid.

Hoe betrouwbaar zijn deze cijfers?

De landelijke cijfers komen uit representatief en recent onderzoek en zijn geschikt voor beleid en onderbouwing.

Voor de Zeeuwse cijfers geldt dat niet. Het onderzoek is uit 2019, de vragenlijst werd vooral via sociale media verspreid en de 198 respondenten hebben zichzelf aangemeld. Er is dus geen representatieve steekproef en de deelnemers waren relatief jong: 33,8 procent was jonger dan 20 jaar en 44,9 procent tussen 20 en 39 jaar. Lees deze uitkomsten als een signaal over wat Zeeuwse LHBTI+ personen meemaken, niet als een exacte weerslag van de hele provincie. Recenter regionaal onderzoek naar dit onderwerp is op dit moment niet beschikbaar. Zodra dat er is, passen wij deze pagina aan.

Wat betekent dit voor jou als professional?

Drie dingen zijn in de spreekkamer of aan het keukentafelgesprek direct bruikbaar. Cijfers gaan over groepen en niet over de persoon tegenover je, dus gebruik ze om alert te zijn, niet om aannames te doen. De verschillen tussen groepen zijn groot, waardoor een bi+ of non-binaire cliënt een ander risicoprofiel heeft dan het algemene beeld suggereert. En openheid is niet vanzelfsprekend, ook niet richting zorgverleners, dus het loont om veiligheid expliciet te maken in plaats van erop te vertrouwen dat iemand het vanzelf vertelt.

Veelgestelde vragen

Zijn er cijfers per Zeeuwse gemeente?

Nee. Het Zeeuwse onderzoek vermeldt wel het aantal respondenten per gemeente, maar splitst de uitkomsten daar niet naar uit.

Hoeveel LHBTI+ personen wonen er in Zeeland?

Daar is geen betrouwbaar regionaal cijfer voor. Landelijke schattingen laten zich niet zomaar naar een provincie vertalen.

Mag ik deze cijfers gebruiken in een beleidsstuk of subsidieaanvraag?

Ja, met bronvermelding en jaartal. Neem bij de Zeeuwse cijfers ook de onderzoeksperiode en het aantal respondenten op.

Een casus voorleggen?

Twijfel je of een cliënt bij MWRZ past, of wil je eerst meedenken over de route? Leg de vraag voor via consultatie. Zie Hoe vraag je consultatie of vraagverheldering aan bij MWRZ? en Wanneer verwijs je een cliënt door naar MWRZ?.

Bronnen

  • Movisie (2025). Feiten en cijfers over lhbtiqa+ personen op een rij. movisie.nl
  • Panteia, Movisie en Ipsos I&O (2024). Lhbtiqa+ monitor 2024. movisie.nl
  • Anti Discriminatie Bureau Zeeland (2019). Welbevinden Zeeuwse LHBTI+ gemeenschap. Infographic (pdf)

Op deze pagina

Meer uit de kennisbank

Wanneer verwijs je een cliënt door naar MWRZ?

Verwijzen naar MWRZ is passend wanneer de vraag rond geaardheid, genderidentiteit of genderexpressie centraal staat in het functioneren van de cliënt en wanneer psychosociale begeleiding gevraagd is in plaats van diagnostiek of behandeling. Denk aan cliënten in de oriëntatie- of exploratiefase, cliënten die wachten op een genderpoli en cliënten die vastlopen op draagkracht, sociale context…

Lees verder

Wat is het verschil tussen begeleiding en behandeling?

Begeleiding helpt je omgaan met wat er speelt en je dagelijks leven op orde te krijgen. Behandeling is gericht op het verminderen of oplossen van klachten of een aandoening. MWRZ biedt begeleiding, betaald door je gemeente vanuit de Wmo. Behandeling hoort bij de ggz of een arts en loopt via je zorgverzekering. Wat houdt begeleiding…

Lees verder

In welke gemeenten werkt MWRZ?

MWRZ biedt roze hulpverlening in heel Zeeland en is gecontracteerd bij twaalf Zeeuwse gemeenten. Bekijk of jouw gemeente en woonplaats erbij staan.

Lees verder