Rond gender en seksualiteit worden veel woorden gebruikt en niet iedereen bedoelt er hetzelfde mee. Hieronder leggen we de belangrijkste uit, gegroepeerd per onderwerp. Je hoeft deze woorden niet te kennen om je bij ons te melden en je hoeft er ook geen voor jezelf te kiezen. Ze zijn bedoeld om iets makkelijker te kunnen uitleggen, niet om je in te delen.
Over gender en identiteit
- Gender
- Het geheel van hoe je je gender voelt, uit en hoe anderen je zien. Dit is iets anders dan het geslacht dat bij je geboorte is genoteerd.
- Genderidentiteit
- Hoe jij vanbinnen je eigen gender ervaart. Wordt ook wel psychologisch geslacht genoemd.
- Genderexpressie
- Hoe je je gender naar buiten laat zien: in kleding, haar, stem, houding of gedrag.
- Cisgender
- Je genderidentiteit komt overeen met het geslacht dat bij je geboorte is genoteerd.
- Transgender
- Je genderidentiteit komt niet overeen met het geslacht dat bij je geboorte is genoteerd.
- Trans man
- Bij de geboorte als vrouw geregistreerd, met een mannelijke genderidentiteit.
- Trans vrouw
- Bij de geboorte als man geregistreerd, met een vrouwelijke genderidentiteit.
- Non-binair
- Je voelt je niet (alleen) man of vrouw. Dit is een parapluterm voor veel verschillende belevingen.
- Genderfluïde
- Je genderidentiteit beweegt of verandert in de loop van de tijd.
- Agender
- Je ervaart weinig of geen gender.
- Genderdiversiteit
- Verzamelwoord voor alle genderidentiteiten.
- Genderspectrum
- Het idee dat gender een doorlopende reeks is en geen tweedeling tussen man en vrouw.
- Intersekse
- Je geslachtskenmerken passen niet binnen de gebruikelijke tweedeling man of vrouw. Dit gaat over het lichaam, niet over identiteit.
Over aantrekking
- Seksuele oriëntatie of geaardheid
- Op wie je verliefd wordt en je romantisch of seksueel aangetrokken voelt.
- Bi+
- Aantrekking tot meer dan één gender. Verzamelwoord, onder andere voor biseksueel en panseksueel.
- Aseksueel
- Weinig of geen seksuele aantrekking. Dit is een spectrum.
- Aromantisch
- Weinig of geen romantische aantrekking.
- Queer
- Verzamelwoord voor gender en seksualiteit buiten de norm. Sommige mensen gebruiken het als geuzennaam, anderen liever niet.
- LHBTI+
- Lesbisch, homo, bi+, transgender en intersekse, met de plus voor alles wat daarnaast bestaat.
Over transitie en zorg
- Transitie
- Het proces van stappen zetten om te leven volgens je genderidentiteit. Dat kan sociaal, juridisch, hormonaal of medisch zijn.
- Sociale transitie
- Stappen zoals een andere naam, andere voornaamwoorden, andere kleding of een andere presentatie.
- Relationele transitie
- De verandering die je naasten meemaken wanneer jij stappen zet. Ook zij hebben tijd nodig.
- Genderdysforie
- Aanhoudende lijdensdruk die kan ontstaan doordat je genderidentiteit en je lichaam of registratie niet overeenkomen.
- Genderincongruentie
- Het niet overeenkomen van je genderidentiteit en het geslacht dat bij je geboorte is genoteerd. Dit kan zorgen voor een aanhoudend ongemak.
- Gendereuforie
- Het comfort of de blijdschap die je voelt als je gender wél herkend wordt.
- Genderbevestiging
- Alles wat helpt om je gender erkend te krijgen: sociaal, juridisch of medisch.
- Detransitie
- Terugkomen op eerder gezette stappen in een sociale, medische of juridische transitie.
- Coming-out
- Het naar buiten brengen van je genderidentiteit of geaardheid. Dit is geen eenmalig moment, maar iets wat je in elke nieuwe omgeving opnieuw tegenkomt.
- Informed consent
- Toestemming geven op basis van begrijpelijke en volledige informatie.
- Hulpstuk
- Hulpmiddelen voor het gewenste uiterlijk, zoals een binder, borstprothese, packer of haarwerk.
- Shared decision making
- Samen beslissen: het proces waarin jij als cliënt samen met je zorgverlener de knoop doorhakt over de best passende begeleiding, behandeling of zorg.
Over hoe anderen reageren
- Misgenderen
- Iemand aanspreken met woorden die niet bij diens genderidentiteit passen.
- Deadnaming
- De vorige naam van een transgender persoon gebruiken. Als dat met opzet gebeurt, is het een vorm van verbaal geweld.
- Minderheidsstress
- De langdurige stress die ontstaat door stigma, afwijzing of sociale onveiligheid. Dit is een bekende verklaring voor gezondheidsverschillen.
- Cisnorm
- De aanname dat iedereen cisgender is, tenzij het tegendeel blijkt.
- Heteronorm
- De aanname dat iedereen heteroseksueel is, tenzij het tegendeel blijkt.
- Transfobie
- Afkeer, onbegrip of vijandigheid tegenover transgender personen.
- Intersectionaliteit
- Het idee dat verschillende kenmerken, zoals gender, afkomst of beperking, elkaar beïnvloeden in hoe je behandeld wordt.
- Passabiliteit
- Als transgender persoon door anderen gezien worden als cisgender.
- Stealth
- Na je transitie niet meer vertellen dat je transgender bent.
- Safe space
- Een omgeving waarin je jezelf kunt zijn, zonder oordeel of onveiligheid.
Woorden die wij zelf gebruiken
- Roze hulpverlening
- Hulpverlening speciaal voor LHBTI+ personen, met nadruk op veiligheid, herkenning en specifieke deskundigheid.
- Exploratiefase
- De periode waarin je uitzoekt wat er speelt, voordat je besluiten neemt. Begrijpen gaat bij ons vóór beslissen.
- Genderzoektocht
- De manier waarop MWRZ je begeleidt bij het onderzoeken van je genderidentiteit, zonder naar een uitkomst toe te sturen.
- Wmo
- Wet maatschappelijke ondersteuning. Via deze wet regelt de gemeente begeleiding gericht op zelfredzaamheid en meedoen in de samenleving.
- Begeleiding
- Ondersteuning bij je dagelijks functioneren en je keuzes. Dit is iets anders dan behandeling of diagnostiek.
- Warme overdracht
- Een overdracht waarbij persoonlijk contact is tussen hulpverleners, zodat je je verhaal niet helemaal opnieuw hoeft te doen.
Mis je een woord?
Deze lijst is niet compleet en taal rond gender en seksualiteit verandert. Kom je een woord tegen dat hier niet staat, laat het ons weten. Wil je weten hoe de belangrijkste begrippen zich tot elkaar verhouden? Lees Wat is het verschil tussen genderidentiteit en seksuele oriëntatie.
Wil je hier samen naar kijken? Meld je aan bij MWRZ.
